|
05 september 2010 - 11:48
|
::
::
::
::
::
::
::
|
.
.
|
|
Amerikaanse kernwapens weg uit Europa? En dan?
24.02.2010 - Volgens Jean-Luc Dehaene (CD&V), Guy Verhofstadt (Open VLD), Louis Michel (MR) en Willy Claes (SP.A) hebben de Amerikaanse tactische kernwapens in Europa geen militair belang meer, en moeten de Amerikaanse tuigen die wellicht in Kleine Brogel liggen, bijgevolg verwijderd worden. Hun vrije tribune was de aanleiding voor de meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement (gesteund door Groen! en Open VLD) om bij hoogdringendheid (jawel) een ‘resolutie betreffende een kernwapenvrije wereld’ te stemmen. In de resolutie wordt opgeroepen tot éénzijdige terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens. Dat lijkt mij onverstandig. U leest hieronder waarom.
VOORSTEL VAN RESOLUTIE van de heren Jan Roegiers, Kris Van Dijck, Ludwig Caluwé, Peter Vanvelthoven, Matthias Diependaele en Johan Verstreken en mevrouw Sabine Poleyn betreffende een kernwapenvrije wereld
– 388 (2009-2010) – Nr. 1
Voorstel tot spoedbehandeling
De voorzitter: Dames en heren, vanmiddag heeft de heer Roegiers bij motie van orde een
voorstel tot spoedbehandeling gedaan van het voorstel van resolutie van de heren Roegiers,
Van Dijck, Caluwé, Vanvelthoven, Diependaele en Verstreken en mevrouw Poleyn over een
kernwapenvrije wereld.
De heer Roegiers heeft het woord.
De heer Jan Roegiers: Voorzitter, ‘het is nu of nooit, kernwapens moeten de wereld uit’.
Onder die titel publiceerden vier ministers van Staat afgelopen vrijdag in de krant een
pleidooi om de kernwapens de wereld uit te helpen. Het is natuurlijk niet toevallig dat die
vier ministers van Staat dat nu doen. Dat heeft alles te maken met de Toetsingsconferentie
over het Non-Proliferatieverdrag die in mei aanstaande plaatsvindt. Waarom is de behandeling van deze resolutie dan zo dringend? De Toetsingsconferentie wordt uiteraard voorbereid binnen het NAVO-bondgenootschap.
De voorzitter: Mag ik vragen dat u luistert naar de toelichting van de heer Roegiers? Als u
iets te overleggen hebt, kunt altijd teruggaan naar het Koffiehuis. Het valt onder de
elementaire beleefdheid om te luisteren naar de spreker.
De heer Jan Roegiers: Daar gaat de federale regering haar standpunt moeten bekendmaken.
Wij vinden het belangrijk dat ook de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zich
hierover kunnen uitspreken, en dat zij dat standpunt meedelen aan de federale regering. Wij
weten allemaal hoeveel tijd dergelijke zaken in beslag kunnen nemen. Daarom vraag ik
namens de meerderheidsfracties om de behandeling nu in overweging te nemen.
De voorzitter: De heer Van Overmeire heeft het woord.
De heer Karim Van Overmeire: Voorzitter, ik vind dit voorstel van resolutie een interessant
document. Ik denk dat het Vlaams Parlement zich inderdaad kan uitspreken over de
aanwezigheid van kernwapens op het grondgebied van Vlaanderen. Maar ik zie de
hoogdringendheid niet. Ik begrijp niet hoe een vrije tribune van vier politici ineens tot
hoogdringendheid kan leiden in een dossier dat al 60 jaar bestaat. West-Europa leeft al 60
jaar onder de Amerikaanse atoomparaplu.
Collega’s, horresco referens moet ik zeggen dat in de senaat soortgelijke voorstellen van
resolutie zijn ingediend. Daar is men overgegaan tot de instelling van een subcommissie
omdat men daar beseft dat het een heel ingewikkelde problematiek is die heel veel vragen
oproept. Ondertussen is die subcommissie volop bezig met haar werkzaamheden. Ikzelf pleit
daar niet voor, maar ik pleit er wel voor om hier in dit Vlaams Parlement dit werk grondig te
doen en ons grondig te informeren. Een aantal vragen die door deze tekst worden
opgeworpen, moeten zeker een antwoord krijgen.
Collega’s, waarom hier niet het advies vragen van het Vredesinstituut, die paraparlementaire
instelling die ons 1 miljoen euro per jaar kost, die nu volop wordt doorgelicht en waar bij de
doorlichting toch wel wat existentiële vragen komen bovendrijven? Als dit parlement geen
beroep zou doen op de kennis die in dat Vredesinstituut zeker voorhanden is, op de knowhow
die het ons zeker ter beschikking zou willen stellen, als dat Vredesinstituut niet de kans krijgt
om zich hierover uit te spreken, dan denk ik dat wij die instelling grote oneer aandoen.
Daarom stel ik voor, collega’s, dat we dit voorstel van resolutie, zoals andere initiatieven,
gewoon verwijzen naar de commissie, waar ik als commissievoorzitter mij ervoor wil
inzetten dat dit met bekwame spoed zou worden behandeld.
De voorzitter: De heer Watteeuw heeft het woord.
De heer Filip Watteeuw: Voorzitter, ik wil de vraag tot spoedbehandeling ondersteunen.
Een aantal ministers van Staat hebben hierin een duidelijk standpunt ingenomen. Het is goed
dat het Vlaams Parlement vrij snel of onmiddellijk een standpunt inneemt. Er zijn vroeger
discussies geweest in dit Vlaams Parlement over hetzelfde onderwerp. Er werden resoluties
ingediend en gestemd, onder meer een resolutie van de Agalev-parlementsleden Eloi
Glorieux en Johan Malcorps, waarop een stuk van de tekst is gebaseerd. Het is goed dat we
onmiddellijk een uitspraak doen over deze tekst.
De voorzitter: De heer Vereeck heeft het woord.
De heer Lode Vereeck: Wij kunnen de hoogdringendheid niet onderschrijven. Ik begrijp het
nog altijd niet waarom we nu plots hoogdringendheid hebben.
Ik heb begrepen uit de toelichting van de heer Roegiers dat het gaat over een vergadering die
ergens in mei zal plaatsvinden. We kunnen daar toch eens in alle rust en sereniteit en
grondigheid over debatteren in de commissie. Tenzij er natuurlijk plots een acute nucleaire
dreiging zou zijn. (Gelach/Opmerkingen/Applaus bij CD&V, N-VA, LDD en Vlaams Belang)
De voorzitter: De heer Caluwé heeft het woord.
De heer Ludwig Caluwé: Die zal zich vooral in de buurt van Dessel voordoen. (Gelach)
De heer Roegiers heeft daarnet gezegd dat dit initiatief voortvloeit uit het initiatief van de vier
ministers van Staat. De federale premier heeft daarover gezegd dat hij dit zal opvolgen en dat
hij dit samen met Nederland, Noorwegen, Duitsland en Luxemburg zal bepleiten binnen het
NAVO-bondgenootschap, in voorbereiding van de toetsingsconferentie. Het lijkt mij
belangrijk dat we daar onmiddellijk bij aansluiten en dat we vanuit dit Vlaams Parlement
onmiddellijk het duidelijke signaal geven dat wij daar achter staan en dat wij dit mee vragen.
De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Neen)
Dan stemmen wij bij zitten en opstaan over het voorstel tot spoedbehandeling.
De volksvertegenwoordigers die het voorstel wensen aan te nemen, wordt verzocht op te
staan.
De tegenproef.
Het voorstel tot spoedbehandeling is aangenomen. Dan stel ik voor dat het voorstel van
resolutie van de heren Roegiers, Van Dijck, Caluwé, Vanvelthoven, Diependaele en
Verstreken en mevrouw Poleyn over een kernwapenvrije wereld onmiddellijk wordt
behandeld.
Bespreking
De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de bespreking van het voorstel van resolutie.
De heer Roegiers heeft het woord.
De heer Jan Roegiers: Voorzitter, collega’s, sinds het begin van de jaren zestig liggen er op
de luchtmachtbasis van Kleine Brogel nucleaire vliegtuigbommen opgeslagen. Die B61-
kernbommen hebben vier flexibel instelbare explosiekrachtniveaus, variërend tussen een
minimale explosiekracht van 300 ton en een maximale explosiekracht van 170 kiloton TNTequivalenten.
Ter vergelijking: de Hiroshima-bom had een explosiekracht van 14 kiloton. Die
kernwapens behoren officieel toe aan de Verenigde Staten en worden op de basis van Kleine
Brogel bewaakt door soldaten van de United States Airforce. De B61-kernbommen zijn
echter bedoeld om in oorlogstijd door de Belgische luchtmacht te worden gebruikt.
De verantwoording voor dit voorstel van resolutie ligt vervat in de Nürnbergprincipes,
voortvloeiend uit het Nürnbergtribunaal en het Tokiotribunaal, en op 12 december 1950 door
de Verenigde Staten verheven tot internationale wet. Volgens die principes zijn alle burgers
verplicht om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid aan te klagen en te
voorkomen. Principe I van de Nürnbergwet uit 1950 bepaalt dat iedereen die een bijdrage levert aan het begaan van een daad die onverenigbaar is met het internationale recht, daarvoor verantwoordelijk en strafbaar is. Principe II bepaalt dat het feit dat een nationale wet een
dergelijke daad mogelijk maakt, op geen enkele wijze de burgers ontslaat van hun
verplichtingen onder het internationale recht.
Voorzitter, collega’s, op 8 juli 1996 oordeelde het hoogste juridische orgaan ter wereld, het
Internationale Gerechtshof van Den Haag, op vraag van de Algemene Vergadering van de
Verenigde Naties dat het dreigen met of het gebruik van kernwapens in het algemeen
onverenigbaar is met de geldende internationale rechtsregels, zoals die onder andere worden
geformuleerd in het oorlogsrecht en het humanitaire recht.
Met andere woorden: het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering kunnen en mogen zich
niet verbergen achter wetten van de federale overheid of achter een bevoegdheidsverdeling
om de opslag van illegale nucleaire massavernietigingswapens in Vlaanderen niet aan te
klagen en zo mogelijk ongedaan te maken.
Collega’s, we leven vandaag in een wereld waarin de verspreiding van kernwapens gestaag
verder gaat en het risico op een terroristische aanval met kernwapens valt niet uit te sluiten.
De Koude Oorlog is definitief voorbij, maar ondertussen beschikken landen als Pakistan,
India en Noord-Korea over kernwapens en valt het niet uit te sluiten dat Iran en andere staten
binnen afzienbare tijd zullen volgen. De keuze is dus eenvoudig: ofwel aanvaarden we een
wereld waarin we accepteren dat meer en meer staten kernwapens aanmaken, ofwel streven
we naar een wereld waarin kernwapens fundamenteel worden afgezworen en waarbij de
doelstelling tot eliminatie ernstig wordt genomen.
Wij, als indieners, scharen ons resoluut achter die laatste optie en verklaren ons voorstanders
van een atoomwapenvrije wereld. Wij staan daarin niet alleen. Ook experts als Henry
Kissinger en George Shultz hebben zich daar in het verleden reeds voor uitgesproken. En
vorige week nog pleitten ook vier ministers van Staat in een opgemerkt opiniestuk daarvoor.
De Amerikaanse tactische kernwapens in Kleine Brogel hebben geen enkel militair belang
meer. Er bestaat in Vlaanderen bovendien een zeer groot maatschappelijk draagvlak voor de
verwijdering. Nagenoeg 240 burgemeesters van steden en gemeenten van het Vlaamse
Gewest hebben zich ondertussen bij het Mayors for Peace-netwerk aangesloten. Op één dag
na werd 10 jaar geleden al door dit Vlaams Parlement een resolutie in dezelfde zin gestemd,
die was ingediend door de heren Keulen en Van Dijck, die hier vandaag nog altijd zitten,
maar ook gesteund door Groen! en sp.a.
Hoewel het uiteindelijk de federale regering is die een standpunt binnen de NAVO moet
innemen, zijn wij ervan overtuigd dat ook de Vlaamse Regering het verwijderen van alle
kernwapens op zijn grondgebied als doelstelling moet nastreven. Bovendien vragen wij als
indieners dat de Vlaamse Regering dit standpunt bekendmaakt bij de federale regering, en
ook op de internationale fora waarop de regering is vertegenwoordigd, en waarbij die
thematiek ter sprake komt.
Het is ook belangrijk dat het Vlaams Parlement, los van de vragen die het aan de Vlaamse
Regering stelt, zeer nadrukkelijk in dit voorstel van resolutie, waarvan ik uiteraard hoop dat
het wordt goedgekeurd, kernwapens veroordeelt als de meest destructieve en gruwelijke
massavernietigingswapens die ooit werden ontwikkeld.
Ik denk dat ik voldoende heb gemotiveerd waarom we dit voorstel van resolutie hebben
ingediend. Ik heb zopas proberen duidelijk te maken waarom ik vind dat we zo snel mogelijk
over dit voorstel van resolutie en over een standpunt door het Vlaams Parlement moeten
stemmen. Ik hoop op uw steun straks. (Applaus bij sp.a, CD&V en N-VA)
De voorzitter: De heer Van Overmeire heeft het woord.
De heer Karim Van Overmeire: Collega’s, we zijn verbaasd door de grote haast die aan de
dag wordt gelegd over dit onderwerp. De enige nucleaire dreiging waarmee Vlaanderen op
dit moment wordt geconfronteerd, is een institutionele atoombom, die wat ons betreft, helaas
niet wil ontploffen. (Applaus bij het Vlaams Belang)
Dit is een belangrijk onderwerp en de doelstellingen op zich zijn lovenswaardig. Vrede op
aarde, wie kan daartegen zijn? De vraag is of de weg naar vrede op aarde over een
kernwapenvrije wereld loopt, en of eenzijdige stappen, waarvoor hier wordt gepleit,
verstandige stappen zijn.
Het Vlaams Parlement moet zich over de aanwezigheid van kernwapens in Vlaanderen
kunnen uitspreken, maar we moeten vooral met kennis van zaken spreken, en dus goed weten
wat de terugtrekking van die kernwapens uit Kleine Brogel als consequentie kan hebben. Ik
heb verwezen naar de Senaat, waar men zich over deze ingewikkelde materie grondig laat
informeren.
Ik leg u een aantal vragen voor die in de subcommissie van de Senaat worden opgeworpen. Is
het inderdaad zo dat de Amerikaanse tactische kernwapens in Kleine Brogel geen enkel
militair belang meer hebben? U stelt dat wel, mijnheer Roegiers, maar waarom liggen die
daar dan? Is het gewoon omdat dat een stockageplaats is als elke andere, of hebben ze
misschien wel een zeker belang? Is in dit halfrond de expertise over de nucleaire strategie van
de Verenigde Staten en de NAVO aanwezig om tot deze conclusie te komen?
Dit continent heeft 60 jaar lang onder de Amerikaanse atoomparaplu geleefd. Die heeft zeer
zeker voor bescherming gezorgd en voor onafhankelijkheid. Die heeft er ook voor gezorgd
dat de defensieuitgaven van Europa 60 jaar lang relatief beperkt konden blijven. Wat zal er
gebeuren – en dat is het pleidooi in deze tekst – indien we die Amerikaanse nucleaire paraplu
dichtplooien? Zal die rol zomaar worden overgenomen door Franse en Britse, en geen
Europese kernwapens? Zijn we voldoende geïnformeerd over de Franse en Britse nucleaire
strategie? Beantwoorden die wapens aan de uitdagingen?
Ik ben voor een Europese kernmacht, maar wat is ethisch gezien het verschil tussen een
Amerikaanse atoomparaplu en een Franse of een Britse? Wat zal de reactie zijn van
bijvoorbeeld Rusland op de eenzijdige stappen die men hier voorstelt. Heeft men daar enig
inzicht in? Wat zal de reactie zijn van zogenaamde schurkenstaten zoals Iran, die, laten we
ons geen illusies maken, binnen afzienbare tijd de capaciteit zullen hebben om Europa
nucleair te treffen.
Collega’s, men kan natuurlijk dromen van een kernwapenvrije wereld. Men kan zelfs dromen
van de eliminatie van alle kernwapens. Men kan de eliminatie van alle kernwapens à la limite
zelfs concreet realiseren. Maar wat men nooit meer zal kunnen doen – dat is het grote drama,
maar het is de realiteit – is de kennis en de technologie om die wapens te maken, laten
verdwijnen en verhinderen dat die ooit in verkeerde handen vallen. De vraag is hoe we met
deze potentiële dreiging omgaan. Ik vrees dat Europa evolueert naar een continent dat
bedreigingen gewoon negeert en ontkent, liever dan er antwoorden voor te zoeken.
Collega’s, wat zou de impact zijn van een eenzijdige nucleaire ontwapening in Europa op de
meer conventionele bewapening van de Europese legers? In het schitterende boek Of Power
and Paradise beschrijft Robert Kagan hoe de Amerikaanse atoomparaplu het denken van de
Europeanen veranderd heeft en bij de Europeanen, getraumatiseerd en uitgeput door een
Eerste Wereldoorlog, en getraumatiseerd en uitgeput door een Tweede Wereldoorlog, en dan
60 jaar lang geleefd onder de Amerikaanse atoomparaplu, de illusie heeft doen groeien dat
eenzijdige ontwapening tot vrede kan leiden en dat soft power, en alleen maar soft power,
efficiënter zou kunnen zijn dan hard power. Helaas vrees ik dat we met deze illusie nogal
alleen staan in een wereld die duidelijk evolueert naar een multipolaire wereld, waar niet
alleen Rusland en de Verenigde Staten, maar bijna elk blok kernwapens zal hebben.
De Amerikaanse president Obama, nog niet zo lang geleden het grote idool van de linkerzijde
in Vlaanderen, heeft in Praag in een fel geapplaudisseerde maar inhoudelijk heel vage speech,
geponeerd dat hij wil werken aan een wereld zonder kernwapens, maar onder diezelfde
Obama is het VS-budget voor nucleaire bewapening wel met 10 percent verhoogd. Op de
agenda van de Russisch-Amerikaanse ontwapeningsgesprekken staat geen fundamentele
reductie van het Amerikaanse en Russische kernwapenarsenaal. De agenda van landen als
Noord-Korea en Iran is u hopelijk bekend.
Dit zijn vragen, collega’s, die ik in de commissie eens graag zou doorpraten, misschien na het
horen van specialisten en bijvoorbeeld eens na het horen van de opinie van het Vlaams
Vredesinstituut. Dat Vredesinstituut kost ons 1 miljoen euro per jaar en wordt nu doorgelicht.
Ik neem aan dat deze instelling staat te popelen om de knowhow die ze hierover heeft, aan
ons over te brengen. Gaan we nu snel snel, op deze woensdagavond, omdat vier politici een
vrije tribune hebben geschreven, over dit voorstel van resolutie over een kernwapenvrije
wereld stemmen zonder een beroep te doen op de expertise van dat Vredesinstituut?
Voorzitter, ik heb nog twee fundamentele opmerkingen over de tekst zelf. Collega’s, het
beschikkend gedeelte van uw voorstel komt op geen enkele manier tegemoet aan de
overwegingen in de toelichting. De eenzijdige terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens
uit Vlaanderen zal niet leiden tot een situatie waarbij niet meer landen in het bezit zullen
worden gesteld van kernwapens. De eenzijdige terugtrekking zal niet leiden tot een betere
controle op de verspreiding van kernwapens. De eenzijdige terugtrekking zal geen antwoord
bieden op de nieuwe bedreigingen die er zullen ontstaan. Uw tekst, collega’s, is helaas geen
pleidooi voor een wereld met zo weinig mogelijk kernwapens op basis van onderhandelingen.
Dit is een pleidooi voor eenzijdige stappen, een eenzijdige ontwapening in een wereld die
steeds gevaarlijker wordt. Dat lijkt ons een situatie waar wij absoluut niet achter kunnen
staan. (Applaus bij het Vlaams Belang)
De voorzitter: De heer Caluwé heeft het woord.
De heer Ludwig Caluwé: Voorzitter, collega’s, een paar woorden, want zoals ik daarnet al
heb gezegd, ligt dit voorstel in het onmiddellijke verlengde van het initiatief van de vier
ministers van Staat en ook van het feit dat de eerste minister heeft aangekondigd dat hij dit
zal opvolgen en zal aankaarten, samen met Duitsland, Nederland, Luxemburg en
Noorwegen, om er in NAVO-verband voor te zorgen dat op deze manier naar de komende
conferentie inzake antiproliferatie kan worden gegaan.
Laat me dit ook in het juiste kader zetten. De vier ministers van Staat, twee gewezen eerste
ministers, een gewezen secretaris-generaal van de NAVO en een gewezen minister, zeggen
letterlijk in hun vrije tribune dat de Amerikaanse tactische kernwapens, destijds bedoeld voor
de dreiging die uitging van het Oostblok, hun militair nut verloren hebben en dat ze dus
kunnen verdwijnen. Ze kunnen verdwijnen in het kader van een onderhandelingsproces.
Dat dit kan, mag ons echter niet in slaap wiegen, wel integendeel, er zijn vandaag – en dit
staat ook uitdrukkelijk in het voorstel van resolutie – nieuwe en mogelijkerwijs veel
belangrijke dreigingen dan de dreigingen die we destijds gekend hebben. De proliferatie van
nucleaire wapens is een reëel gevaar en juist daarom moet deze stap, het komen tot het
wegvoeren van de tactische kernwapens in Europa, worden gebruikt om te komen tot het
vermijden van een verdere proliferatie.
Laat ons inderdaad niet naïef zijn. Ik behoor, samen met een aantal andere collega’s hier, tot
de generatie voor wie de anti-atoommarsen een belangrijk gegeven waren in hun jonge jaren.
Ook al waren de officiële platformen destijds meestal gericht op wederzijdse ontwapening,
toch ging het soms ook verder en was het zeker zo dat voor een groot aantal van de mensen
die mee opstapten, gold dat ze verdergaande intenties hadden.
Ik heb daar enkele jaren nadien vaak aan teruggedacht, toen dat gebeurde wat ik tot op heden
nog altijd beschouw als de meest belangrijke gebeurtenis uit de naoorlogse geschiedenis die
wij in ons leven hebben mogen meemaken op politiek vlak, namelijk de val van de Muur, het
verdwijnen van de communistische regimes, de hereniging van Europa. Ongetwijfeld is dit te
danken aan het werk van de vakbond Solidarnosc, aan de dissidenten, aan de wijsheid van
mensen in de Hongaarse regering en aan Gorbatsjov. Ik denk dat dit ook in belangrijke mate
te danken is aan het feit dat een aantal mensen in de jaren tachtig de rug stijf gehouden
hebben. Ik weet niet hoe de geschiedenis er had uitgezien, als dat niet het geval was geweest.
(Applaus bij CD&V, sp.a en Groen!)
De voorzitter: De heer Van Dijck heeft het woord.
De heer Kris Van Dijck: Voorzitter, collega’s, vanuit de NV-A-fractie hebben we mee dit
initiatief genomen, niet alleen omdat het gisteren net tien jaar geleden was dat het parlement
zich over hetzelfde onderwerp heeft uitgesproken, zij het in andere bewoordingen maar ook
in een andere situatie. Het feit dat niet de eerste de besten nu uitspraken doen over enerzijds
de situatie zoals ze in West-Europa is en anderzijds ook over de stand van zaken met
betrekking tot de non-proliferatie, noopt ons om in dezen een standpunt in te nemen.
Ik denk dat we in dit voorstal van resolutie niet zomaar blindelings voor de eenzijdige
ontwapening kiezen, dat we in het beschikkende gedeelte wel degelijk een klemtoon leggen
op het feit dat de tactische kernwapens die op dit momtent hier aanwezig zijn en volgens
velen geen essentieel nut meer hebben, maar dat we ons ook willen scharen in een gegeven
waarbij we niet blind zijn voor een niet-gecontroleerde verspreiding van nucleaire
technologie. Het gaat dan niet alleen over landen die hier al genoemd zijn, maar ook over
andere landen en zelfs instanties die er beschikking over kunnen krijgen.
Ik denk dat in de wereldpolitiek – dit staat immers ver boven wat wij hier in Vlaanderen te
zeggen en te beslissen hebben – wel degelijk de grote uitdaging ligt om dat ook in goede
banen te leiden. Als wij vanuit het Vlaams Parlement, maar ook vanuit de federatie, vanuit
het federale België, straks aan tafel zitten om de NAVO-strategie verder te bepleiten, dan
denk ik dat we verplicht zijn om de hoofdboodschap van ’68, de non-proliferatie enerzijds,
maar ook de volledige ontwapening van kernwapens, te blijven steunen. (Applaus bij sp.a)
De voorzitter: De heer Vereeck heeft het woord.
De heer Lode Vereeck: De betogen van de heren Van Overmeire en Caluwé tonen aan dat
we hier niet zomaar snel overheen kunnen gaan. De eerste spreker heeft gewezen op
technische aspecten van de zaak. De tweede heeft het historisch gekaderd. Daaruit blijkt
nogmaals hoe belangrijk deze materie is. Het is bijna absurd om dit op een woensdagavond te
bespreken. Ik had ook graag een beroep gedaan op de knowhow die hier in het parlement
bestaat, onder meer bij het Vredesinstituut.
Op de opmerking van de heer Van Overmeire dat het gaat om de eenzijdige terugtrekking van
deze tactische kernwapens uit Vlaanderen, heeft de heer Caluwé geantwoord dat dat niet het
geval is. Ik wil graag de interpretatie kennen van puntje A in het aanbevelende gedeelte: “Om
er bij de federale regering op aan te dringen om binnen het NAVO-bondgenootschap te
pleiten voor de verwijdering van alle kernwapens uit de wereld en dus ook uit Vlaanderen.”
Als we het allemaal doen trekken we terug, maar niet eenzijdig. Kan ik zo de tekst lezen?
De heer Ludwig Caluwé: Wij zeggen dat men dat binnen het NAVO-bondgenootschap moet
bekijken. Dat staat daar wel. Daar moet men kijken in welk kader dat moet worden voorzien.
Als het in het kader van de onderhandelingen nog niet nuttig is, moet men die stap niet zetten.
In het NAVO-bondgenootschap moet men dat bekijken.
De heer Karim Van Overmeire: Ik had graag geweten of de hoofdindiener van het voorstel
van resolutie, de heer Roegiers, het eens is met de interpretatie die de heer Caluwé juist heeft
gegeven, namelijk dat een en ander binnen de NAVO moet worden besproken en dat,
wanneer de NAVO tot de stelling komt dat dit enkel kan na onderhandelingen, we de
terugtrekking niet moeten doen.
De heer Jan Roegiers: Ik verwijs naar de tekst zoals we hem met de meerderheidspartijen
hebben opgesteld: “Wij vragen de Vlaamse Regering om er bij de federale regering op aan te
dringen om binnen het NAVO-bondgenootschap te pleiten voor de verwijdering van alle
kernwapens uit de wereld en dus ook uit Vlaanderen.”
De heer Bart Caron: Onze fractie vindt dit een zeer goed initiatief. We zijn blij dat het aan
bod komt, temeer omdat het in belangrijke mate overeenkomt met een tekst die voorgangers
van ons, de heren Eloi Glorieux en Johan Malcorps, in dit parlement ter stemming hebben
gelegd. Het is dus uitstekend. Het gaat om de kernpunten van ons ecologisch en pacifistisch
project. We willen de initiatiefnemers feliciteren, alleen is het jammer dat ze het niet hebben
aangeboden ter ondertekening aan de andere partijen in dit parlement. In het verleden zou
zoiets sneller gebeurd zijn. Maar we zeuren niet, we gaan de resolutie steunen.
Collega’s, wij willen streven naar een hele wereld die kernwapenvrij is. Daar ijveren wij al
lang voor. Ik herinner mij velen van u te hebben ontmoet op vroegere raketten- en
bomspottingacties. Ik ben blij om hierover vandaag in dit mooie gremium te kunnen laten
stemmen. We zijn erg blij dat vier ministers van staat tot wijsheid zijn gekomen. Beter laat
dan nooit.
Kernwapens staan haaks op het streven naar basismensenrechten en op het streven naar vrede
en veiligheid. Of het eenzijdig moet of niet, laat ik vandaag in het midden. Vlaanderen kan
met dit voorstel van resolutie het goede voorbeeld geven.
Wij willen en moeten een pacifistische regio zijn en worden. Dan pas hebben we de
gelegenheid en de legitimiteit om ook op het internationale forum hardop te pleiten voor een
kernwapenvrije wereld. Er zijn alleszins voldoende argumenten voor mijn fractie om dit
voorstel van resolutie te ondersteunen.
De heer Lode Vereeck: Mijnheer Roegiers, ik wil die tekst op een ernstige manier lezen en
interpreteren. Ik zou u willen vragen om te antwoorden op de vraag van de heer Van
Overmeire: is de interpetatie van de heer Caluwé correct of niet? U hebt de tekst opnieuw
voorgelezen. De vraag is of het om een eenzijdige verwijdering gaat.
De heer Jan Roegiers: Ik wil nogmaals verwijzen naar de tekst. Ik heb hem daarnet
voorgelezen en ga dat dus niet nog een keer doen. Het lijkt me goed om de tekst samen te
lezen met wat het Vlaams Parlement zelf zegt. Het Vlaams Parlement veroordeelt
kernwapens als de meest destructieve en gruwelijke massavernietigingswapens die ooit
werden ontwikkeld. Wanneer men dat standpunt inneemt, is het klaar en duidelijk wat men
aan de Vlaamse Regering vraagt om bij de federale regering te bepleiten.
De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Neen)
De bespreking is gesloten.
Hoofdelijke stemming
De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de hoofdelijke stemming over het voorstel van
resolutie.
Stemming nr. 1
Ziehier het resultaat:
106 leden hebben aan de stemming deelgenomen;
81 leden hebben ja geantwoord;
18 leden hebben neen geantwoord;
7 leden hebben zich onthouden.
Dientengevolge neemt het Vlaams Parlement het voorstel van resolutie aan. De resolutie zal
aan de Vlaamse Regering worden overgezonden.
De heer Boudewijn Bouckaert: Ik heb een stemafspraak met Fatma Pehlivan, en daarom
onthoud ik mij.
Mevrouw Ulla Werbrouck: Ik heb een stemafspraak met de heer Dehandschutter.
|
|