www.karimvanovermeire.org
05 september 2010 - 11:43

 :: Welkom   
 :: Actualiteit   
 :: Wie is Karim?   
 :: Mandaten   
 :: Auteur   
 :: Contact   
 :: Andere sites   


 . Dagboek   
 . Teksten   



Vlaams buitenlands beleid mag een stuk ambitieuzer

03.02.2010 - Tussenkomst over de Beleidsnota Buitenlands Beleid in het Vlaams Parlement:

1/ Het Vlaams Buitenlands Beleid heeft al een zekere geschiedenis achter de rug. Van ‘founding father’ Luc van den Brande over de periode van de paarse regering, met wel vier buitenlandministers in evenveel jaar, en daarna minister Bourgeois. We stellen vast dat in deze regering de buitenlandbevoegdheden weer in één hand zijn geconcentreerd, namelijk dat van de minister-president. Die concentratie in één hand is ongetwijfeld een voordeel. Of dat bij de minister-president moet zijn, daar zijn argumenten voor en tegen. Voor, want zo krijgt dat buitenlandbeleid toch iets meer politiek gewicht. Tegen, want iedereen kan zich voorstellen dat in de drukke agenda van een minister-president het buitenlandbeleid niet altijd de hoogste prioriteit krijgt. Het feit dat de minister-president hier niet aanwezig kan zijn in dit debat en zich laat vervangen door een collega, illustreert dit treffend.

2/ Het Vlaams Belang heeft het Vlaams buitenlandbeleid altijd gesteund in de mate dat het een instrument was om de Vlaamse politieke en economische belangen in het buitenland te verdedigen, en – jawel – in de mate dat het een instrument was om Vlaanderen internationaal op de kaart te zetten en meer zichtbaarheid te geven. Ons uitgangspunt terzake blijft onveranderd.

3/ Er is in het Vlaams Buitenlandbeleid één grote constante, namelijk het spanningsveld met ‘de overkant’, het federale niveau. We mogen niet naïef zijn. Het relatief jong en klein Vlaams buitenlands beleid, en de diensten die het moeten ondersteunen, staan in concurrentie met de professionele en goed geoliede machine van de overkant die het buitenlands beleid nog steeds beschouwt als een federale exclusiviteit. Men is daar overigens vrij open en vrij duidelijk over. Wie ingaat op de sirenenzang van het zogenaamde samenwerkingsfederalisme, zal spoedig merken dat hij in een dodelijke omhelzing, met a kiss of death, zal gekneld geraken.

4/ Ik voorspel u, en ik moet u dat eigenlijk niet voorspellen want u merkt het al en u weet het al, dat u alle zeilen zal moeten bijzetten om zelfs maar te behouden wat Vlaanderen momenteel reeds heeft. Assertief optreden zal noodzakelijk zijn om het bestaande te consolideren. Ik lees in De Standaard dat u vandaag overleg had met premier Leterme over de invulling van het zogenaamd ‘samenwerkingsfederalisme’ – recuperatiefederalisme zou een betere vlag zijn om die lading te dekken. “Vlaanderen geen loopjongen wil zijn van het EU-beleid van België en dat overleg tussen federatie en deelstaten daarover meer is dan een nota van het federale niveau waarin aan de deelstaten meegedeeld wordt wat ze moeten doen”.

5/ Maar de coördinerende – lees: sturende en leidende – rol die het federale niveau zichzelf toeëigent, zien we zelfs op een niveau dat exclusief gewestmaterie is, namelijk exportpromotie. Het zogenaamd Agentschap voor Buitenlandse Handel – soms ook het reisbureau van prins Filip genoemd, maar ik wou dat het alleen maar een reisbureau was – is, formeel gezien, geen federale instelling, maar het heeft zich ontwikkeld als een instrument van de federale recuperatiestrategie op dit terrein.

6/ Zoals ik stelde: het Vlaams Belang heeft in het verleden altijd steun verleend aan een eigen, Vlaams buitenland beleid. Maar voor ons mag het zo langzamerhand toch iets meer, iets ambitieuzer zijn. Ook op het terrein van het Vlaams buitenlands beleid, collega’s van de meerderheid maar vooral collega’s van de N-VA, dient zich de mogelijkheid aan om de Vlaamse bevoegdheden maximaal in te vullen. Dat het ook anders kan, bewijzen de Schotten. Bestaat er een Comité van de Regio’s en de Lokale Besturen, dat zich opwerpt als spreekbuis van de lokale en regionale overheden? Fijn, zeggen de Schotten, dan sturen wij wel een delegatie van onze lokale besturen. Maar Schotland, als natie, die op weg is om een volwaardige lidstaat van die EU te worden, is daar niet op zijn plaats. Dat is de weg die ook Vlaanderen moet gaan.

7/ Het is heel goed dat we aanwezig zijn in de hoofdsteden van de belangrijke Europese landen: Parijs, Londen, Berlijn, Madrid. Daar is het te doen, daar brandt de lamp. Maar laat voor het overige die regio’s en lokale besturen nu toch eens voor wat ze zijn, en maak ook van het buitenlands beleid gebruik om Vlaanderen op te tillen tot het niveau waar het thuis hoort. Er zijn in Europa tal van partners op maat van Vlaanderen. Nederland, de Scandinavische landen, de Baltische staten. Over Nederland, in theorie onze bevoorrechte en meest prioritaire partner van Vlaanderen staat er amper één zinnetje in de beleidsnota, op pagina 26: “De samenwerking met Nederland blijft een prioriteit en wordt verder versterkt.” Over Scandinavië en de Baltische staten helemaal niets.

8/ Mijn beperkte spreektijd laat mij niet toe om verder in te gaan op een aantal interessante punten. Zoals: hoe gaat Vlaanderen in de toekomst omgaan met de herhaalde pogingen van de Franstaligen om Vlaanderen op allerlei internationale fora, waaronder de Raad van Europa – doelbewust onderuit te halen en onder druk te zetten?

9/ Wat ontwikkelingssamenwerking betreft, steunen wij de concentratie op Zuidelijk Afrika. Concentratie is nodig. Het aantal landen moet dus beperkt blijven. Als u dan toch een nieuwe partner zoekt, dan moet u niet te ver zoeken. Ik verwijs naar de suggestie van collega Christian Veroughstraete om te bekijken of we in Namibië niets kunnen doen.
We willen ook een nieuw element in het debat over ontwikkelingssamenwerking brengen, of beter: terug in het debat brengen. In het dekolonisatiejaar 1960 telde Afrika 250 miljoen inwoners. Nu, vijftig jaar later, is de kaap van 1 miljard overschreden. Wanneer de bevolking zo exponentieel groeit, is het toch ondenkbaar dat men snel genoeg huizen, scholen, ziekenhuizen en andere infrastructuur kan bouwen om iedereen een menswaardige toekomst te geven. Het element ‘geboortepolitiek’ en ‘gezinsplanning’ vind ik evenwel nergens terug.

10/ Samenvattend blijven wij het Vlaams buitenlandbeleid steunen tegenover het federaal recuperatiefederalisme, wanneer het erom gaat om de Vlaamse belangen te verdedigen, om de Vlaamse ondernemingen te steunen op de buitenlandse markten. Maar van de retoriek van de Vlaamse regering over het ‘maximaal invullen van de eigen bevoegdheden’ merk ik op het terrein van het buitenlandbeleid heel weinig. Voor ons mag het dus echt wel ambitieuzer.

 © 2004- 2010 - Karim Van Overmeire